overbodige taal

overbodige taal

Ik zie weer een tweet met “ik wordT” voorbijkomen. Deze keer komt de tweet zelfs van een twitteraar met “UD rechtsfilosofie Univesiteit Utrecht” in haar bio. Heb ik de memo gemist waarin staat dat we anno 2017 werkwoorden vervoegen met “ik +t”? Ik wordt, ik rijdt, ik ruikt, ik hebt, ik voelt? De redacteur steigert maar het taalkompas wijst de andere kant op. Waarom kan “ik word” niet als “ik wordt” geschreven worden? Taalnuance is nodig maar moeten we taal gecompliceerd maken? Kan taal niet eenvoudiger? Een mooie gelegenheid om een keer in overbodige taal te duiken.

Als nagels op een schoolbord zijn dit soort geschreven uitingen voor een redacteur. Heel normaal op Twitter en Facebook maar ook steeds vaker zichtbaar op LinkedIn, bij uitstek toch het sociale medium voor hoger opgeleiden of de plek waar je jezelf op je paasbest wil presenteren.

[Onderstaande screenshots zijn het resultaat van een zoekactie van 5 seconden op Twitter en van 60 seconden op LinkedIn]

 

Werkwoorden vervoegen

overbodige taal

Nederlands is een Germaanse taal (Indo-Europees) in een land dat van origine barstte van dialecten en ‘buitenlandse’ invloeden.

Ik heb niet kunnen achterhalen waarom wij eigenlijk werkwoorden vervoegen. Mocht ik daar ooit achter komen, dan zal ik het zeker toevoegen.

Schrijftaal en spreektaal weken tegen de 17de eeuw zo enorm van elkaar af dat iemand die geleerd was nog steeds taalstudies moest doen om Midden-Nederlands te kunnen lezen. Het was pas aan het einde van de 19de eeuw dat er echt moeite gedaan werd om spreektaal en schrijftaal weer op elkaar te laten lijken. Zo ontstond het moderne Nederlands. Een modern Nederlands waarin we niet zoals de Latijnse talen werkwoorden vervoegen zonder persoonlijk voornaamwoord maar mét persoonlijk voornaamwoord en met in regel slechts 3 werkwoorduitgangen: geen -t, -t of –en.

Wat gebeurt er als we die -t eens loslaten? Wat als we gewoon stoppen met vervoegen?

Wat het werkwoord wil overbrengen wordt immers bepaald door dat persoonlijk voornaamwoord: ik, jij, hij/zij, wij, jullie, zij. Hoe ziet het eruit als we taal eenvoudiger maken door werkwoorden anders of niet te vervoegen?

“Ik typ per ongeluk “119de eeuw” en terwijl ik verbeter bedenk ik dat tegen die tijd niemand meer “eeuw” zal typen. Niemand. Of “eeuw”. of typen. Niemand want de mensheid is misschien uitgeroeid. “Eeuw” want het Nederlands zal tegen die tijd niet meer bestaan. En typen, jemig, typen, het lijkt me sterk dat we dat nog doen tegen de 119de eeuw.”

Wordt deze tekst zo anders als ik het werkwoord niet vervoeg? Begrijp je de tekst dan niet meer? Vallen er nuances weg?

“Ik typen per ongeluk “119de eeuw” en terwijl ik verbeteren bedenken ik dat tegen die tijd niemand meer “eeuw” zal typen. Niemand. Of “eeuw”. of typen. Niemand want de mensheid zijn misschien uitgeroeid. “Eeuw” want het Nederlands zullen tegen die tijd niet meer bestaan. En typen, jemig, typen, het lijken me sterk dat we dat nog doen tegen de 119de eeuw.”

Hoe leest een tekst van haar als ik de -t loslaat?

“Zij typ per ongeluk “119de eeuw” en terwijl ze verbeter bedenk ze dat tegen die tijd niemand meer “eeuw” zal schrijven. Niemand. Of “eeuw”. of schrijven. Niemand want de mensheid is misschien uitgeroeid. “Eeuw” want het Nederlands zal tegen die tijd niet meer bestaan. En typen, jemig, typen, het lijk haar sterk dat we dat nog doen tegen de 119de eeuw.”

Het klinkt misschien heel raar en fout als je dit leest. Dat komt omdat je het anders geleerd hebt. Maar in principe kan het gewoon. Het eenvoudiger gebruiken van werkwoorden in de Nederlandse taal leidt niet meteen naar nuanceverlies over taalverarming.

Lidwoorden

overbodige taal

Wie veel twittert heeft door de jaren geleerd dat je 140 tekens –die recent 280 geworden zijn– best kan gebruiken als je lidwoorden ‘afkort’ of weglaat. “De” is nog steeds “d” maar dan anders geschreven. “Een” is ook “een” als je “n” schrijft. En “het” wordt niet anders als je “t” schrijft.  Lidwoorden, overbodige taal, toch? Overbodig en een pain in the ass voor iedereen die onze taal wil leren. En niet alleen onze taal. Zowat alle Germaanse talen kennen lidwoorden, integendeel tot bijvoorbeeld het Russisch en ander Slavische talen.

Maar hebben we ze echt nodig? Lidwoorden dienen om een geslacht aan te duiden. Waarom hebben de stoel, het glas, de pc, het pincet een geslacht nodig? Dat hadden ze in het Oud-Nederlands ook niet.

“Een oude rieten stoel die sprak: “men zat op mij toch met gemak.” Dus naar waar een stoel een stoel kan zijn!’

De stoel zwierf door het halve land, tot ergens, aan de waterkant een visser riep: “Hé! U daar! Stoel! Mag ik op u zitten? Ik bedoel, het gras is hier zo dikwijls nat, ik zou droog zijn als ik op u zat!”

De stoel zei: “Neemt u plaats. Het mag.” En voortaan zat daar elke dag de visser op de stoel te vissen en zou zijn stoel niet willen missen.”

Dit is hetzelfde gedicht -van Hans Andreus trouwens- met de afkortingen.

“N oude rieten stoel die sprak: “men zat op mij toch met gemak.” Dus naar waar n stoel n stoel kan zijn!’

D stoel zwierf door t halve land, tot ergens, aan d waterkant n visser riep: “Hé! U daar! Stoel! Mag ik op u zitten? Ik bedoel, t gras is hier zo dikwijls nat, ik zou droog zijn als ik op u zat!”

D stoel zei: “Neemt u plaats. T mag.” En voortaan zat daar elke dag d visser op d stoel te vissen en zou zijn stoel niet willen missen.”

Wederom hetzelfde gedicht maar dan zonder lidwoorden.

“Oude rieten stoel die sprak: “men zat op mij toch met gemak.” Dus naar waar stoel stoel kan zijn!’

Stoel zwierf door halve land, tot ergens, aan waterkant visser riep: “Hé! U daar! Stoel! Mag ik op u zitten? Ik bedoel, gras is hier zo dikwijls nat, ik zou droog zijn als ik op u zat!”

Stoel zei: “Neemt u plaats. Mag.” En voortaan zat daar elke dag visser op stoel te vissen en zou zijn stoel niet willen missen.”

Ik vraag het weer: wordt deze tekst zo anders als ik het lidwoord weglaat? Begrijp je de tekst dan niet meer? Vallen er nuances weg?

Hoge gedachten hebben hoge taal nodig, zei Aristophanes. Gecompliceerde gedachten hebben gecompliceerde taal nodig. Maar Einstein zei al: als je het niet kan uitleggen aan een 6-jarige dan heb je het zelf ook niet begrepen. Aan het einde van de 19de eeuw werd extra moeite gedaan om gesproken en geschreven taal weer dichterbij elkaar te brengen. Misschien moeten we in het begin van de 21ste eeuw, in een tijdperk van groeiende meertaligheid en voortdurende taalverandering opnieuw extra moeite doen om de gecompliceerde mengelmoes die de Nederlandse taal geworden is, te vereenvoudigen.

Eens of niet? Ken jij voorbeelden van wat jij ziet als overbodige taal? Ik hoor het graag!

SchrijfSterA

SchrijfSterA

Tekstschrijver | Redacteur at Tekstbureau Van Ginneken
Taalkompas | CEO en toiletjuffrouw | INTJ | Ecomodernist

-- CONTACT --
-- NIEUWSBRIEF --
SchrijfSterA
Delen? Graag!